Een DPF-reset is zo’n klus die je pas waardeert als je er eentje hebt die half is gelukt. De klant komt terug met een lampje, de differentiaaldruk blijft raar hoog, of de ECU denkt nog steeds dat de aslast op 140% staat. Met een Launch X431 kun je dit netjes en reproduceerbaar doen, maar alleen als je de volgorde, voorwaarden en de valkuilen per merk respecteert.
Wat je precies reset - en wanneer je het niet moet doen
Met “DPF resetten” bedoelen we in de praktijk meestal één van deze twee dingen: de asbelasting/roetbelasting-waarden in de ECU terugzetten na vervanging of reiniging van het filter, of een servicefunctie uitvoeren die de adaptaties rond DPF en regeneratie herinitialiseert. Sommige merken noemen het “DPF replacement”, “DPF learn”, “Ash reset” of “DPF initialization”. Launch zet dit afhankelijk van merk en model onder Service, Special Functions of onder het motormanagement (ECU) menu.
Belangrijk: resetten is geen oplossing voor een technisch probleem. Als je een DPF reset uitvoert terwijl de auto nog steeds een verstopt filter, lekkende EGR, defecte temperatuursensor of te hoge olieverdunding heeft, dan verplaats je het probleem. Soms wordt het juist erger omdat de ECU weer “vanaf nul” gaat rekenen en de volgende regeneraties te laat of te vaak probeert.
Je reset dus alleen als het filter aantoonbaar vervangen is, professioneel gereinigd is, of als de fabrikantprocedure expliciet vraagt om een reset na een ingreep. En je start geen geforceerde regeneratie als de basisvoorwaarden niet kloppen.
Voorwaarden in de werkplaats die het verschil maken
De meeste mislukte DPF-procedures komen niet door de Launch, maar door randvoorwaarden. De Launch X431 is vrij streng in pre-checks als je in de juiste functie zit, maar niet elke ECU geeft even duidelijke feedback.
Zorg dat accuspanning stabiel blijft. Een PAD- of Elite-set met correcte VCI is niet het probleem, maar een dip onder belasting wel. Praktisch: acculader/stabilizer erop, vooral bij geforceerde regeneratie. Verder wil je koeling onder controle: ventilator voor de radiator, motorkap open, en ruimte rond de uitlaat. Regeneratie is heet, letterlijk. In een volle werkplaats wil je dit plannen.
Controleer ook de basics die de ECU vaak als “enable conditions” gebruikt: koelvloeistoftemperatuur op werkgebied, voldoende brandstofniveau, geen actieve motorstoringen die regeneratie blokkeren, en een plausibele differentiaaldruksensorwaarde. Bij sommige PSA-, VAG- en BMW-varianten gaat de procedure direct op slot als er relevante DTC’s actief zijn.
Hoe dpf resetten met launch x431 - de praktische route
De exacte menunamen verschillen per X431-platform (PAD VII, PAD V, Pro3, Elite, Apex) en per softwareversie. De logica is wel consistent: je kiest merk, model, ECU, daarna Service/Special Function voor DPF.
Stap 1: Identificeer voertuig en kies de juiste verbinding
Start met een correcte voertuigidentificatie. Auto VIN-scan is prima, maar bij oudere of exotische varianten kies je beter handmatig. Let op DoIP en CAN FD op nieuwere modellen: als je VCI en kabelset niet matchen, kom je soms wel in de auto maar mis je functies of krijg je time-outs tijdens de procedure.
Verbind met contact aan, motor uit. Ga eerst altijd naar de volledige systeemscan of minimaal motormanagement, en check op DTC’s die regeneratie of reset blokkeren. Dit kost je 2 minuten en bespaart je 30 minuten frustratie.
Stap 2: Lees live data vóór je iets reset
Open live data van de motor ECU en noteer een paar kernwaarden: DPF differentiaaldruk bij stationair, berekende roetbelasting, berekende asbelasting (als beschikbaar), uitlaatgastemperaturen (EGT), en regeneratiestatus. Dit is je nulmeting.
Als de differentiaaldruk al abnormaal hoog is bij stationair, dan is het filter waarschijnlijk nog niet schoon of er klopt iets niet aan de slangetjes/sensor. Een reset maakt dat niet beter, en een geforceerde regeneratie kan dan onnodig lang duren of afbreken.
Stap 3: Kies de juiste functie: reset na vervanging vs geforceerde regeneratie
In Launch zie je meestal aparte functies. In grote lijnen:
Gebruik “DPF replacement / Ash reset / DPF initialization” wanneer het filter vervangen of gereinigd is en je de tellers wilt terugzetten.
Gebruik “Forced regeneration / Stationary regeneration” wanneer de auto niet zelf wil regenereren en je gecontroleerd een regeneratie wilt uitvoeren, maar alleen als alle voorwaarden kloppen.
Het is niet ongebruikelijk dat je beide doet in één traject, maar de volgorde hangt af van merk. Bij veel systemen doe je eerst de ingreep (reiniging/vervanging), daarna reset, en pas daarna een proefrit waarbij de ECU zelf een normale regeneratie kan uitvoeren. Een geforceerde regeneratie is geen vervanging voor een correct resetmoment.
Stap 4: DPF reset uitvoeren in de Launch
Ga in het Service-menu naar DPF. Kies vervolgens de optie die expliciet spreekt over vervanging, initialisatie of asreset. Launch geeft vaak een waarschuwing of instructies. Volg die letterlijk.
Je krijgt meestal een bevestigingsprompt. Na bevestigen schrijft de tool een adaptatiewaarde of resetflag naar de ECU. Soms vraagt Launch om contact uit-aan, soms om de motor te starten. Doe precies wat het scherm vraagt. Te snel klikken of het contact niet exact schakelen kan ervoor zorgen dat de ECU de reset niet commit.
Na de reset ga je terug naar live data en check je of de relevante waarden daadwerkelijk zijn veranderd. Niet elke ECU zet alles op nul; sommige zetten op een basiswaarde of starten een nieuwe leercurve. Verwacht dus niet altijd “0 g” overal, maar wel een logische daling of herinitialisatie.
Stap 5: Geforceerde regeneratie (alleen als het echt nodig is)
Als je een geforceerde regeneratie start, zet je de auto veilig: uitlaat vrij, geen brandbare materialen, ventilatie op orde. De Launch leidt je door enable conditions. Bij sommige voertuigen moet je toerental stabiel houden (bijvoorbeeld 2000-3000 rpm), bij andere regelt de ECU dat zelf.
Tijdens regeneratie monitor je EGT’s en differentiaaldruk. Een normaal patroon is oplopende EGT, dalende roetbelasting, en op termijn een dalende differentiaaldruk. Breekt de regeneratie af, ga niet herhalen zonder te begrijpen waarom. Vaak is het een enable condition (brandstof te laag, DTC, temperatuur), soms een sensor die onplausibel wordt zodra het heet wordt.
Veelvoorkomende problemen en hoe je ze snel tackelt
Als Launch de functie niet toont, zit je meestal in de verkeerde module of is de dekking voor dat exacte motortype beperkt. Probeer dan via motormanagement ECU - Special Functions in plaats van het algemene Service-menu. Soms zit de DPF-reset onder “Maintenance” of “Replace parts” binnen de ECU.
Krijg je een foutmelding bij schrijven of “function not supported”, check dan de softwareversie en merkpackage. Een Launch zonder actuele merksoftware is in DPF-werk direct merkbaar. Bij nieuwere auto’s speelt ook de verbinding: DoIP-adapter of juiste VCI-variant kan het verschil maken tussen wel live data en geen schrijfbevoegdheid.
Als de reset “gelukt” meldt maar de waarden blijven identiek, kijk dan naar twee dingen: je hebt mogelijk alleen de regeneratiecounter gereset, niet de ascounter, of de ECU gebruikt een berekende waarde die pas na een drive cycle update. Daarom is die nulmeting en de check direct erna belangrijk.
Blijft de differentiaaldruk te hoog na reiniging/vervanging, dan is het vaak niet de DPF. Denk aan gescheurde of verstopt slangetje, verkeerde montage, sensor offset, of een lek in het uitlaatsysteem vóór de DPF waardoor de meting scheef loopt. Een reset maskeert dit niet.
Checks na de reset: zo voorkom je een comeback
Na de DPF reset (en eventueel regeneratie) wil je bewijs dat de auto weer normaal kan werken. Check stationair differentiaaldruk en bij verhoogd toerental, check of er geen nieuwe DTC’s zijn, en kijk naar de statusbits rond regeneratie (enabled, active, inhibited). Doe daarna een korte proefrit met load, zodat de ECU de eerste adaptaties kan oppakken.
Let ook op olieniveau en oliekwaliteit bij auto’s met veel mislukte regeneraties. Te veel brandstof in de olie is geen DPF-probleem, maar het komt er wel uit voort en het is een harde reden waarom een klant later motorproblemen krijgt. Als werkplaats wil je dat in je dossier hebben.
Welke Launch X431 past het best bij dit werk
DPF resetten en regeneratie draaien kan met meerdere X431-platformen, maar in de praktijk wil je snelheid, dekking en stabiele communicatie. De PAD-series en de Elite/BT varianten worden in werkplaatsen vaak gekozen omdat ze sneller schakelen, meer special functions hebben en doorgaans beter meekomen met nieuwere protocollen, afhankelijk van VCI en licenties. Voor wie dagelijks servicefuncties, coderen/programmeren en diagnose combineert, is het vooral een kwestie van: hoe vaak heb je nieuwe modellen op de brug, en hoe belangrijk is het dat je merkpackages up-to-date blijven.
Als je gericht een set zoekt die past bij jouw mix van VAG, PSA, BMW, Mercedes en lichte bedrijfswagens, kun je in de shop van FoxAutomotive.NL snel filteren op de exacte X431-uitvoering en updatecomponenten die in de praktijk het verschil maken.
Een werkplaatsmatige tip die bijna altijd tijd scheelt
Als je DPF-werk doet, behandel de reset als een meetbare handeling, niet als een knop. Neem 30 seconden om vóór en ná de procedure dezelfde live data te loggen. Je merkt dan direct of je de juiste functie hebt geraakt, en je hebt richting klant of collega een technisch verhaal dat klopt zonder discussie.